[terug]


Lieve mensen,

We zongen van een mens die je omarmt. Is er een groter feest te bedenken dan opgenomen te worden in een warme menselijke relatie? Toch is dat voor veel mensen niet weggelegd. Dan zijn we bij de kern van deze dag.

We zijn vandaag bij elkaar voor het feest van vrij en vrolijk geloven. Als organiserend team hebben we geprobeerd de dag feestelijk aan te kleden. Maar de titel van de bijeenkomst heeft een dubbele, een diepere lading: met dit feest willen we vooral de nadruk leggen op wat het betekent volgeling van Jezus te zijn. Als je gelooft dat zijn weg de beste weg is die je in je leven kunt gaan, dan geef je gehoor aan zijn roepstem: volg mij. Dan wordt je geloof de basis van een vrij en vrolijk leven. Dan ben je er voor de ander. Dan is je leven een feest, wat er ook moge gebeuren. Daar gaat het vandaag over. Wat kies je in het leven? De dichter Ed Hoornik, overlevende van concentratiekamp Dachau, verwoordt het als volgt:

Op school stonden ze op het bord geschreven,

het werkwoord hebben en het werkwoord zijn;

hiermee was tijd, was eeuwigheid gegeven,

de ene werklijkheid, de andre schijn

 

Hebben is niets. Is oorlog. Is niet leven.

Is van de wereld en haar goden zijn.

Zijn is, boven die dingen uitgeheven,

vervuld worden van goddelijke pijn.

 

Hebben is hard. Is lichaam. Is twee borsten.

Is naar de aarde hongeren en dorsten.

Is enkel zinnen, enkel botte plicht.

 

Zijn is de ziel, is luisteren, is wijken,

is kind worden en naar de sterren kijken,

en daarheen langzaam worden opgelicht.

 

De vraag is dus of je kiest voor het hebben of voor het zijn.

Toen Maarten Luther in 1517 zijn 95 stellingen naar buiten bracht had hij geen idee wat daarvan de gevolgen zouden zijn. Hij wilde dat de paus een einde zou maken aan de wantoestanden in de kerk. Hij heeft paus Leo X een brief gestuurd, om zich niet door de curie in de luren te laten leggen, maar naar hem, naar Luther te luisteren. Om de vrijheid van de christen. Daar draaide het bij Luther om. Geen aflaten, geen bedreigingen met het hellevuur, geen dictatuur van de geestelijkheid. Door Bijbellezing was Luther er achter gekomen dat de mens niets kan doen voor het eigen behoud. Alles wat de mensen doen is onvolmaakt. Er is maar één bron waaruit je werkelijk kunt leven: de genade van God, die je zomaar voor niets krijgt. Met het accepteren van de genade accepteer je ook je eigen zondigheid. Zondigheid, dat is de mnodtv zoals Francis Spufford het noemt. De menselijke neiging om dingen te verprutsen. Luther zegt ergens: zondig dapper. Je hoeft het onvolmaakte in je leven niet als een last of als een belemmering mee te dragen. Leef uit de genade. Dát standpunt bracht Luther voor de rechtbank van de keizer. Zijn verdediging kwam hier op neer, dat hij alleen maar luisteren wilde naar wat er in het Evangelie staat. Of hij het echt letterlijk gezegd heeft weten we niet, maar het vat zijn standpunt goed samen: Hier sta ik, ik kan niet anders! Wat er verder ook van Luther gezegd kan worden, positief of negatief, hier zijn wij hem voluit dankbaar voor!

 

Natuurlijk hebben we het op een dag als deze over Maarten Luther. Maar niet alleen over Luther, ook over Katharina von Bora, Luthers vrouw. Een uit het klooster ontsnapte non, die met niemand anders dan met Luther wilde trouwen. Schoorvoetend heeft Luther daar mee ingestemd, onder de belofte dat hij geen last van haar zou hebben. Een geweldige vrouw, waar Luther alleen maar plezier van had, al merkte hij dat niet altijd zo goed op. Katharina zorgde dat er eten op tafel kwam. Ze had een moestuin. Ze verwierf land met daarop koeien en varkens. Ze brouwde soms wel 80 liter slap bier op een dag, omdat het drinkwater niet zuiver was. Ze zorgde voor een goede woning in het voormalige klooster. Ze kookte voor het gezin en daarbij soms wel 15 a 20 gasten, meest inwonende studenten. Katharina gaf een nieuw fenomeen vorm: de predikantsvrouw. Wat zijn die twee mensen van geweldige betekenis geweest in de geschiedenis van de laatste 500 jaar.

Luther had nooit de bedoeling een kerkscheuring te veroorzaken. Hij wilde dat er een einde kwam aan de misstanden in de kerk. Maar daarmee kwam hij van de regen in de drup. Hij kreeg van de paus bevel zijn geschriften te herroepen op straffe van de banvloek. En een banvloek betekende in die tijd ongeveer het doodvonnis. Toch weigerde Luther. Luther ontkwam aan executie doordat hij ondertussen machtige beschermers gekregen had.

 

In kranten lees je nogal eens over ‘gelovigen’. Dat heeft dan meestal de klank van mensen die een bepaalde leer aanhangen en er eigen gebruiken op na houden. Gelovigen zijn ergens aan gebonden. Je krijgt vaak de indruk dat het ietwat wereldvreemde mensen zijn, die zich onderwerpen aan antieke regels. Maar wie gelooft er nu eigenlijk niet? Het wordt wat gemakkelijker als je in plaats van geloof over levensbeschouwing praat. Daar draait het toch om? Hoe kijk je tegen het leven aan? Hoe sta je in de samenleving? Wat is het anker van jouw levensovertuiging? Waar is voor jou de rode lijn, waar je zegt: tot hier toe en niet verder? Wat is voor jou het absolute in het leven, waaruit je levenshouding voort komt? Je leeft je geloof en dat geldt voor ieder mens, al kan dat er heel verschillend uit zien.

 

Zo ligt het geloof van christenen verankert in leven en sterven van Jezus van Nazareth. Dat is een verhaal dat gaat over gelijkheid van alle mensen, over medemenselijkheid en over integriteit. Jezus vraagt ons allemaal om hem te volgen. Het klinkt verschillende keren als hij discipelen werft: Volg mij! Sommigen laten direct alles in de steek en volgen Jezus, zonder zich er rekenschap van te geven waar ze dan wel terecht zullen komen. Bij Jézus zijn is voor hen het enige dat telt.

 

In het verhaal van de rijke jongeling geeft Jezus simpel richtlijnen voor het menselijk bestaan. Gij zult niet doodslaan, gij zult niet echtbreken, gij zult niet stelen, gij zult geen vals getuigenis geven, eer uw vader en uw moeder en gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Hoort u goed hoe actueel dit is? Kort en bondig. Meteen daarbij is er ook dat absolute van Getsemane: tot in de dood getrouw aan het gebod. Of je nu in een analoog tijdperk leeft of overspoeld wordt met data en algoritmen, die oproep van Jezus om hem te volgen blijft actueel om echt mens te zijn. Maar de invulling van die richtlijnen verschuift wanneer de omstandigheden veranderen.

Dat zien we al in de verschillende evangeliën. Iedere evangelist heeft zijn eigen verhaal, al naar de doelgroep waarvoor geschreven is. In de brief van Jacobus klinkt een andere toon dan bij de apostel Paulus met zijn eigen interpretatie van de betekenis van Jezus leven. De zes boeken die na de dood van Paulus in zijn naam zijn geschreven laten al weer een ander geluid horen.

 

Zo is het ook met Luther, een middeleeuwse monnik, vol met beelden van een toornige God en een duivelse duivel. Hij had geen idee van het immense heelal waarin wij op een klein bolletje rondzweven. Nooit gehoord van kwantumfysica en nanotechnologie. Hij hoorde de stem van God nog in een onweersbui zoals de psalmdichter het uit drukt: ’s Heeren stem op ’t hoogst geducht rolt en klatert door de lucht. Kan hij dan in alles een richtpunt zijn voor onze tijd? Wij kijken heel anders tegen allerlei zaken aan.

De grote verdienste van Luther is, dat hij ons het Evangelie teruggegeven heeft. Hij bracht de interpretatie weer op gang, gaf openheid naar de toekomst. Maar dan wel elk geslacht met éigen verantwoordelijkheid in de éigen omstandigheden. Hannah Arendt, joods filosofe verwoordt die openheid zo:

herinner je dat de mensen

hoewel ze moeten sterven

niet geboren zijn om te sterven,

maar om te vernieuwen

om zich open te stellen voor de geboorte

en voor de wedergeboorte

 

Interpretatie hebben we broodnodig. De oude Heidelbergse catechismus had daar een duidelijk beeld van. Gij zult niet echtbreken betekent bijvoorbeeld niet simpelweg dat je niet vreemd gaat. Het gaat er veel meer om dat de communicatie tussen mensen niet mag stoppen. Niet altijd tijdens de maaltijd met dat telefoontje bezig zijn. Niet zoveel activiteiten en verplichtingen hebben dat je elkaar, letterlijk en figuurlijk, haast niet meer ziet. Er móet ruimte zijn voor elkaar.

 

 Het is van belang dat óók in een christelijke gemeenschap het gesprek gaande blijft over de aard van een christelijke levenshouding in een voortdurend veranderende maatschappij. Dan kom je ook bij de nood van mensen in de samenleving uit. Dan krijg je ook de inspiratie, de geest, om individueel of gezamenlijk, de handen uit de mouwen te steken. Vandaag proberen we iets te laten zien wat dat in onze Flevolandse gemeenten betekent. Door middel van korte toespraken, die problemen aan de orde stellen. Workshops, waar te horen valt hoe mensen proberen hulp te bieden. Een informatiemarkt waarbij we op dit gebied een beetje bij elkaar in de keuken kunnen kijken.

 

Beste mensen, we weten wel dat Protestanten goed zijn in aangeven van wat ons scheidt. Bij vrij en vrolijk geloven gaat het over wat ons bindt. Dat is niet de erfzonde, of de verzoeningsleer. Ook niet een a-religieuze benadering van het Evangelie. Niet de liturgie die jouw kerk gebruikt. Niet vroegdoop of volwassen doop. Niet de manier waarop je het avondmaal of de eucharistie viert. Dus geen theologische opvattingen. Wat ons bindt, en wat door de verdeeldheid vaak onvoldoende tot zijn recht komt, is de praktische invulling van het geloof. Je gelooft wat je leeft. De levensstijl, het er voor de ander zijn, door alle grenzen heen van kerkelijke verscheidenheid, gelovigheid, tijdgebrek, eigen behoeften. Het gaat om wat in de brief van Jacobus staat: omzien naar weduwen en wezen in hun druk. Instaan voor mensen die in de verdrukking zitten. Dat vraagt nogal eens protestantse dwarsheid, al ben je misschien rooms-katholiek. Het gaat om een leefbare samenleving voor ieder. Dat verdraagt zich bijvoorbeeld niet met welke vorm van discriminatie dan ook. De vrijheid spruit voort uit de zelfwegcijferende inzet voor de naaste. Dat verlost van zorgen en geeft een opgewekt, vrolijk gevoel.

 

Ten slotte: de integriteit bij dit alles. Waar is de rode lijn? De Egyptische verloskundigen Sifra en Pua negeerden het gebod van de Farao, omdat ze de wil van God hoger achtten. Toen God in de woestijn genocide op het volk Israel wilde plegen vanwege hun ongehoorzaamheid, kwam Mozes daartegen in opstand. Met een dergelijke God wilde hij niets te maken hebben. Hij zei: Als u zo doet, schrap mij dan maar uit het boek dat u geschreven hebt. Een echte Bijbelse protestant. De mooie vergezichten die Naomi aan Ruth voorspiegelde waren voor Ruth geen reden Naomi in de steek te laten. Zo boog Mordechai uit het boek Ester niet voor Haman, Daniël bleef ondanks het verbod bidden met het hoofd naar Jeruzalem. De Syro-Phoenische vrouw verwierp het enge groepsdenken van Jezus. Door de Samaritaanse vrouw weten we dat geloof niet samenhangt met heilige plaatsen. Jezus ging bij Pilatus geen smoesjes verkopen om zijn huid te redden, Paulus liet zich door Festus niet tot koehandel verleiden, maar beriep zich op de keizer, wat ook niet ongevaarlijk was. Luther ging voor de Duitse keizer niet aan de kant en Willem van Oranje gaf zijn leven voor zijn overtuiging. Een lijn van protestanten door de eeuwenlange geschiedenis van het heil. Een psalmdichter verwoordde dat zo:

Eens zag ik in uw tempelhof

U in uw glorie hoog verheven

Wiens gunst mij meer is dan het leven.

 

In Nederland is dat verwoord door de dichter van ons volkslied, door Willem van Oranje de woorden in de mond te leggen van het lied dat we nu gaan zingen. Graag staande. De tekst staat op bladzijde 13 van het programmaboekje. En obediëren betekent gehoorzamen.

Wilhelmus, vers 15

Voor God wil ik belijden

en zijner groten macht,

dat ik te genen tijden

de Koning heb veracht,

dan dat ik God de Heere

der hoogste Majesteit

heb moeten obediëren

in der gerechtigheid.

 

Henk Rusch, 13 mei 2017